top of page

Stilstaan bij het verhaal van Ouders

Een pleidooi voor trage hulpverlening in achterstandswijken


Voor beleidsmakers in het sociaal domein, die zich bezighouden met jeugd en opvoeding



Interventies voor opvoeding in een achterstandswijk

Inleiding

15u. De schoolbel gaat. Je werkdag als Intern Begeleider (IB’er) op een basisschool in een achterstandswijk zit erop. Op het plein sta je nog een paar kinderen uit te zwaaien. Vlak bij het hek hebben twee kinderen slaande ruzie. Een ouder van een van de kinderen staat erbij, maar grijpt niet in. Dat verbaast je. Natuurlijk ben je er voorstander van dat kinderen voor zichzelf opkomen en conflicten zelf leren oplossen, maar de agressie die je hier ziet gaat te ver. Waarom doet de ouder niks?

 

Je loopt naar de ruziënde kinderen om ze uit elkaar te halen. ‘Waarom grijp je niet in?’ vraag je aan de ouder. ‘Thuis ben ik de baas, hier op school zijn jullie de baas’, is het antwoord wat je terugkrijgt. Met je mond vol tanden sta je perplex toe te kijken, terwijl de kinderen het goedmaken.

 

Dit kan zomaar een anekdote zijn van een reguliere schooldag. Ouders en professionals hebben verschillende ideeën over hoe normen en waarden invulling moeten krijgen waardoor ze elkaar niet begrijpen. In de praktijk kunnen deze verschillen voor problemen zorgen, zeker wanneer professionals te weinig tijd hebben om stil te staan bij het culturele opvoedparadigma van de ouders of wanneer het professionele handelen is gebaseerd op aannames over ‘probleemgezinnen’ in achterstandswijken. Ongewenst gedrag van kinderen moet vaak zo snel mogelijk worden aangepakt, omdat het zowel schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van het kind als voor kinderen in diens omgeving.

 

Bij het aanpakken van dit gedrag zijn de ouders sleutelfiguren, zowel in het voorbeeld wat zij geven als in de manier waarop zij hun kind al dan niet begrenzen. De paradox is echter dat wanneer professionals hun eigen culturele opvoedparadigma op ouders met een andere culturele achtergrond projecteren, ouders het gevoel hebben dat er te weinig ruimte is voor hun opvoedperspectief. Uit ons onderzoek blijkt dat sommige ouders dan afhaken en hun vertrouwen in professionele hulpverlening verliezen. Dit komt niet ten goede van het kind.

 

In dit artikel leg ik uit waarom ik, samen met professionals die hun verhaal deelden in ons onderzoek, pleit voor trage hulpverlening. Hiermee bedoel ik dat professionals, die betrokken zijn bij de opvoeding, de ruimte en tijd hebben om stil te staan en een open gesprek voeren met ouders over hun normen en waarden, in plaats van dat er direct gefocust wordt op het gedrag van het kind.

 

Het helpt professionals wanneer sociaal beleid vanuit het domein Jeugd, deze aanpak ondersteund vanuit de missie, visie en strategie. Dit draagt namelijk bij aan het opvoedparadigma waar vanuit professionals verwacht worden te handelen.


Preventieplatform Opvoeding – Dukenburg

Als associatie consultant bij SenseGuide duik ik in persoonlijke verhalen via narratief onderzoek. Door het combineren van de ervaringsverhalen, geven we duiding aan deze verhalen en hun onderliggende structuur. Op deze manier krijgen we inzicht in patronen die schuilgaan in de interactie tussen mensen of tussen mensen en interventies.

 

Afgelopen maanden onderzochten we het preventieplatform rondom opvoeding in Dukenburg. Dit is een wijk in Nijmegen die als achterstandswijk wordt omschreven. Vanuit de narratieve analyse van verhalen van ouders en professionals, zien we dat er een discrepantie kan bestaat tussen het paradigma van ouders en van professionals als het gaat om ‘wat een goede opvoeding is’. Deze discrepantie bevindt zich niet op het niveau van normen en waarden, maar vooral op het niveau van concreet gedrag – van kinderen of van ouders naar kinderen. Dus hoewel ouders en professionals zaken als respect, voor jezelf opkomen, eerlijkheid, vriendelijkheid, geduld, doorzetten en consequent zijn beide belangrijk vinden in de opvoeding, verschilt de manier waarop ze dit in praktijk brengen.


Paradigma’s binnen sociaal beleid voor Jeugd

Hoewel het bestaan van een opvoedparadigma an sich geen probleem hoeft te zijn, is een zorgvuldige professionele omgang hiermee van groot belang voor het accepteren van hulp of het slagen van een hulpverleningstraject. Sociaal beleid vanuit het domein Jeugd moet deze zorgvuldige omgang ondersteunen. Vanuit beleid vertegenwoordigen professionals – hoe je het ook wendt of keert – altijd een paradigma. Dit paradigma is gebaseerd op een cultureel ideaalbeeld in de huidige tijdsgeest, van hoe een goede opvoeding eruit zou moeten zien en over wat er nu nodig is in een achterstandswijk om ouders te helpen.

 

Forse problemen en enorme veerkracht

Dit paradigma is daarnaast vaak gebaseerd op aannames over de hele wijk die volgen uit statistieken over een deel van de wijk. Zo blijkt uit ons onderzoek dat 10% van de ouders forse problemen hebben op allerlei terreinen van het leven. Die 10% is zo sterk op de voorgrond aanwezig, dat dit het beeld van de overige 90% drastisch beïnvloedt. Dat terwijl het overgrote deel van de ouders in Dukenburg weet veerkrachtig om te gaan met de soms suboptimale omstandigheden waar ze mee te maken hebben. Ze doen hun best om net als ouders uit andere lagen van de bevolking, ondanks de druk om alle ballen hoog te houden, emotioneel beschikbaar te zijn voor hun kinderen. Deze ouders zitten meestal niet te wachten op iemand die hen goed bedoeld, maar ongevraagd advies geeft. Zeker niet als de zorg en het advies voortkomt uit het idee dat je een ‘probleemgezin’ zou zijn. 

 

Alertheid gebaseerd op aannames werkt soms averechts

Dat forse problemen bij een kleine groep ouders in de wijk, het beeld over de hele wijk beïnvloedt is een menselijk gegeven waar we het mee zullen moeten doen. Juist daarom is het belangrijk om hulpverlening te vertragen. Met vertragen bedoel ik dat er tijd en ruimte nodig is om het vertrouwen op te bouwen door interesse te tonen in het verhaal van de ouder. Maar zonder het doel om dat opvoedstijl van de ouders meteen te veranderen naar het paradigma wat je als professional het meest passend vindt. Het gaat in eerste instantie puur om het onderlinge contact en het opbouwen van vertrouwen. Culturele paradigma verschillen en niet geverifieerde aannames kunnen anders tot gevolg hebben dat er te weinig ruimte is voor het perspectief van de ouders waardoor ze het vertrouwen in de hulpverlening verliezen – terwijl de ouders wel hulp nodig hebben.

 

Trage hulpverlening binnen het paradigma voor sociaal beleid voor Jeugd

De sleutel tot trage hulpverlening, ligt niet alleen bij de professionals. Er moet ruimte voor worden gemaakt binnen het paradigma van waaruit de professionals werken. Dit paradigma wordt onder andere vormgegeven in de manier waarop de missie, visie en strategie in het sociaal beleid voor Jeugd wordt geformuleerd.

 

Binnen dit beleid mag daarom expliciet aandacht zijn voor vertrouwen, contact in plaats van doelen als basis, respect voor het verschil en de hieruit volgende ruimte voor maatwerk.

 

Ruimte en tijd voor het opbouwen van vertrouwen

Uit de verhalen blijkt dat persoonlijk vertrouwen in de hulpverlening de basis is voor het praten over, het accepteren van en slagen van een hulpverleningstraject. Dit vertrouwen is onder ouders die niet eerder met professionele hulpverlening te maken hebben gehad, erg laag. Sommige ouders vragen bijvoorbeeld geen hulp omdat ze bang zijn dat de hulpverlening hun kind afpakt. Het vertrouwen onder ouders die wel hulpverlening hebben gehad, is juist hoog. Zij waren achteraf zeer tevreden en voelden zich over het algemeen gehoord en gezien. Het vertrouwen groeide wanneer een ouder werd doorverwezen naar hulpverlening via iemand die ze al vertrouwen, bijvoorbeeld een professional op school of een ouder met goede hulpverleningservaringen. Omdat ouders met professionals op scholen jarenlang werken aan het opbouwen van persoonlijk vertrouwen, is de school een belangrijke ingang voor preventieve opvoedinterventies.

 

Contact over gemeenschappelijke waarden als basis

Professionals die werkzaam zijn in Dukenburg geven aan dat veel ouders niet alleen hulp vragen voor opvoedadvies met concrete doelen, maar vooral om hun verhaal te kunnen delen. Ze hebben het nodig dat iemand luistert, zodat ze weer rust en ontspanning kunnen ervaren. Hierdoor ontstaat er ruimte voor nieuwe perspectieven – zoals het professionele perspectief – want wanneer ouders (emotioneel) overbelast zijn is er geen mentale ruimte voor directe inhoudelijke feedback. Sterker nog, meteen horen dat je het als ouder niet goed (genoeg) doet, werkt afwerend en maakt eerder onzekerder dan dat het ouders verder helpt. Ouders geven aan dat ze zich in zulke situaties veroordeeld voelen waardoor ze soms de hulpverlening stopzetten – terwijl ze wel vragen hebben.

 

Het tonen van oprechte interesse in het verhaal van de ouder, alvorens te komen met professionele sturing en doelen, is daarom van cruciaal belang. Ruimte voor onderling contact en vragen wat iemand nodig heeft in plaats van direct de situatie (te willen) veranderen, moet daarom de basis zijn van beleid. Ook (en wellicht zelfs juist) wanneer je vanuit je professie sterk het gevoel hebt dat de ouder het niet slim aanpakt en je dit voor de bestwil van het kind graag anders ziet. Het gesprek voeren over gemeenschappelijke waarden alvorens te praten over gedrag, kan hierin helpend zijn. Uit de verhalen blijkt dat hierin veel overeenkomsten zijn tussen professionals en ouders.

 

Hiernaast staat dat je natuurlijk direct moet handelen wanneer de veiligheid van het kind in gevaar is – maar vaak zijn gezinnen dan al langere tijd in beeld.

 

Respect voor het verschil

Bovenstaande maakt duidelijk dat binnen het culturele opvoedparadigma wat ten grondslag ligt aan sociaal beleid, ruimte moet zijn voor verschil. Verschillende mensen uit verschillende culturen verschillen in hun opvoedaanpak. Dit gaat niet per definitie over goed of fout, in de basis is het enkel verschillend. Dit wil niet zeggen dat je professionele mening er niet toe doet – het blijft belangrijk om als professional stelling in te nemen. Maar, zoals blijkt uit de verhalen, met respect voor het verschil bereiken professionals meer.

 

Ruimte voor maatwerk

Bovenstaande benodigde punten voor trage hulpverlening, richten zich in meer of mindere mate op het belang van het onderlinge contact tussen de hulpverlener en de ouder. Dit is belangrijk, want de unieke vraag van de ouder vraagt om maatwerk.

 

Hier komen we echter ook een spanningsveld tegen met betrekking tot opvoedparadigma’s die aan de basis van beleid liggen. Beleid is in eerste instantie en vooral gericht op groepen als geheel. Enerzijds geeft dit richting en sturing aan de uitvoerende praktijk. Aan de andere kan zorgt dit ervoor dat paradigma’s die als fundament voor beleid worden gebruikt, niet altijd aansluiten bij individuele behoeften. Algemene beleid alleen is daarom niet voldoende om structurele positieve veranderingen teweeg te brengen bij afzonderlijke gezinnen. Wanneer we meer willen bereiken met preventie interventies, moet juist binnen beleid ruimte zijn voor maatwerk.

 

Dat een algemene aanpak in combinatie met maatwerk elkaar in de praktijk positief kunnen versterken, blijkt ook uit ons SenseGuide onderzoek. Ervaringen die professionals opdoen uit maatwerkbegeleiding, leiden vaak tot inzichten over de doelgroep als geheel. In combinatie met vertrouwen in professionals, kan maatwerk op die manier waardevolle input geven voor algemene preventie interventies en vise versa. Om deze positieve wisselwerking tussen een algemene aanpak en het bieden van maatwerk in stand te houden, is het belangrijk dat alle betrokkenen rondom het preventieplatform de verhalen, behoeften, wensen en percepties van ouders en van elkaar blijven horen. Dit zodat ze van daaruit ook in de toekomst aan kunnen blijven sluiten met wat nodig is.

Opmerkingen


bottom of page