top of page

Wat betekent meedoen?

Kan iedereen meedoen in onze samenleving op een manier die bij hen past of verwachten we dat mensen meedoen op de manier zoals we dat bedacht hebben?

Ā 

Via social media kom ik regelmatig berichten tegen die linken aan dit onderwerp. We willen een samenleving zijn waarin iedereen een plek heeft. Tegelijkertijd hebben we de samenleving op zo’n manier ingericht, dat het voor sommige mensen onhaalbaar is om mee te doen. We verwachten bijvoorbeeld dat mensen elke week dezelfde hoeveelheid energie hebben om te werken – dat hebben we immers zo in het contract afgesproken. We verwachten dat mensen in een reguliere woning wonen zelfs wanneer het voor iemands mentale gezondheid beter is om in een vakantiehuisje te wonen. We verwachten dat je een specifiek diploma hebt, terwijl je werkervaring laat zien dat je dit werk prima kan – want ja, anders is er geen bewijs voor je vaardigheden. We verwachten dat mensen die uit de hulpverlening komen actief integreren in de straat – terwijl dat niet hoeft wanneer je geen diagnose hebt. Ā 

Ā 

Kortom, we verwachten dat je als burger minimaal aan een x aantal afspraken voldoet. Ā En als dat lukt, dan mag je meedoen. Is dat rechtvaardig?

Ā 

Rechtvaardigheid biedt een samenleving een basis van orde – John Rawls



Samen bijdragen aan schoonheid


Waarom willen we meedoen?


Meedoen is een oer-verlangen

Mensen hebben een oer-verlangen naar verbondenheid met anderen, erbij horen en meedoen. Ā We zijn immers afhankelijk van elkaar voor onze overleving. De groep biedt bescherming en zorgt voor synergie – hierdoor hoef je zelf niet alles te kunnen maar vul je elkaar aan. Daardoor heb je samen meer! Handig en gezellig. Buiten de groep vallen is daarom op celniveau een levensbedreigende ervaring. Het bedreigt ons bestaansrecht en gevoel van waardigheid, omdat we onze betekenis vinden in relatie tot anderen. Verachting en uitsluiting wordt daarom niet voor niks als mensonterend ervaren. Koste wat kost willen we dat voorkomen.

Ā 

Van oer-behoefte naar samenleving

Om onze overlevingskansen en ons levensgeluk te vergroten, leven mensen in groepen. Hoe groter de groep hoe meer synergie er in potentie kan ontstaan (ik focus mij in dit artikel op positieve synergie, niet op de decivaliserende potentie waar ook elke groep ontvankelijk voor is). Als vanzelf ontstonden er al vrij vroeg in de geschiedenis geciviliseerde samenlevingen op plekken waar veel mensen samenwoonden. Mensen zoeken elkaar op om het leven voor de groep als geheel leuker en gemakkelijker te maken.

Ā 

Binnen het samen leven in een groep kom je onvermijdelijk elkaars verschillen tegen. Daarom kan een samenleving niet zonder duidelijke regels en afspraken over hoe we samen leven en de manier waarop je hieraan een bijdrage levert. Het verschil dwingt ons daarom tot een norm. Die norm gaat op een diep niveau over wat we moeten doen om erbij te horen. Het gaat over de concrete uitvoering van ons recht op een waardig bestaan in wisselwerking met dit recht van anderen.

Ā 

In ons oer-verlangen naar samen leven en meedoen in een samenleving, komen we onvermijdelijk het spanningsveld tegen tussen of mensen zich moeten aanpassen aan de historisch gegroeide en overwogen norm gebaseerd op een vorm van rechtvaardigheid, of dat we de norm steeds opnieuw moeten aanpassen aan de mens die deel zijn van deze samenleving? Er bestaat hierin een spanningsveld in de wisselwerking tussen verleden en toekomst, het bekende en het onbekende, de mensen die al een plek hebben en de mensen die nog een plek kunnen krijgen en welke dynamiek hierin rechtvaardig en menswaardig is?

Ā 

Dit brengt mij bij het feit dat de vraag wat een rechtvaardige en menswaardige samenleving is, inherent verbonden is aan de vraag wat het betekent om mee te doen in een samenleving. In dit essay geef ik een beschouwing van waaruit je naar deze vraag kan kijken. Ik sluit af met een dialectische (zie voor meer achtergrond over dialectiek het essay ā€˜Armoedebeleid moet meetbaar Ć©n voelbaar zijn’) overweging over hoe we met dit vraagstuk om kunnen gaan.

Ā 

Rechtvaardigheid en Meedoen

De filosoof John Rawls stelt dat een rechtvaardige samenleving orde biedt aan een samenleving. Wanneer mensen niet weten welke rechten ze hebben, weten ze immers ook niet welke plichten ze hebben. Er bestaan dan geen regels en afspraken waardoor je elkaar nergens op kan beroepen. In feite kan iedereen dan doen waar die zelf zin in heeft – dat veroorzaakt wanorde of chaos. Die wanorde kan belemmerend werken in het participatieproces omdat er dan niks is wat ons bindt. Zonder een structuur is geen sprake van een samenleving. Het rechtvaardig inrichten van een samenleving met verschillende mensen, dwingt daarom tot een norm. Die norm helpt mensen vervolgens om te kunnen bepalen wat rechtvaardig is.

Ā 

Echter, wanneer we uitzoomen zien we hier een spanningsveld. Want wat is een rechtvaardige samenleving eigenlijk? Er zijn verschillende visies over hoe je een rechtvaardige samenleving inricht.

-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  Moeten we ervoor zorgen dat verschillen tussen mensen worden opgeheven door iedereen een beetje water bij de wijn te laten doen, waardoor mensen gelijke kansen krijgen – of doen we dan geen recht meer aan het verschil?

-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  Moeten we ervoor zorgen dat mensen ondanks verschillen gelijke kansen hebben, door verschillende mensen verschillend te behandelen waardoor ze in potentie dezelfde doelen kunnen behalen (positieve discriminatie) – dan krijgen sommige mensen meer hulp dan anderen, is dat wel eerlijk en hoe bepaal je dat?

-Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā Ā  Of is het juist rechtvaardig om niemand te helpen maar iedereen de vrijheid te geven om zijn eigen leven in te vullen – zijn mensen eigenlijk wel vrij om hun eigen keuzes te maken of worden mensen in deze situatie slachtoffer of multimiljonair vanwege de systemische invloeden waarin ze toevallig leven?

Ā 

Deze verschillende visies op rechtvaardigheid spreken elkaar tegen in de concrete praktijk. Het inrichten van een samenleving die door iedereen als rechtvaardig wordt ervaren is daarom nog moeilijker dan het objectiveren van hoe een rechtvaardige samenleving eruit zou kunnen zien. Want wat voor de een rechtvaardig is, kan voor de ander onrechtvaardig uitpakken. Wat betekent meedoen vanuit dit gegeven?

Ā 

Meedoen in een samenleving?

Om mee te kunnen doen zij een aantal voorwaarden nodig 1) je moet zelf iets doen; 2) er moeten anderen zijn die iets doen, anders kan je niet spreken van meedoen en 3) er moet iets zijn waaraan je meedoet. Vanuit deze kijk op meedoen wil ik een aantal concrete visies geven op wat meedoen is.

Ā 

Meedoen is geven en ontvangen als economische transactie

Meedoen in de samenleving betekent dat je iets geeft en hier ook wat voor terugkrijgt. Je participeert in de wisselwerking met andere mensen waardoor je waarde toevoegt. Vanuit deze visie is een rechtvaardige samenleving gebaseerd op een gevoelsmatige gezonde balans in de wisselwerking tussen geven en ontvangen. De boer verbouwt groente zodat de smid kan eten. De smid smeedt hoefijzers zodat de boer een gezond paard heeft om zijn land mee te bewerken. We werken samen en wisselen elkaars talenten en mogelijkheden uit zodat er synergie ontstaat. Efficiƫnt, hoef je het niet alleen te doen.

Ā 

De wisselwerking tussen de mensen in bovenstaand voorbeeld, gaat uit van een economische transactie. Hierin moet je ongeveer net zoveel geven als je ontvangt en verwacht je net zoveel te krijgen als dat je voor je gevoel gegeven hebt. Onbewust houden we constant een scorebordje bij. De ā€˜persoonlijke toegevoegde waarde’ van onszelf of anderen aan de rechtvaardige wisselwerking in de samenleving, bepalen we daarom op basis van deze economische nuts-principes. Om die waarde inzichtelijk te maken hebben we het concept ā€˜geld’ geĆÆntroduceerd.

Ā 

Meedoen is geven en ontvangen als existentiƫle gewaarwording

Is de wisselwerking dan onrechtvaardig wanneer dat wat iemand kan geven niet te vergelijken is met dat wat iemand nodig heeft? Bijvoorbeeld als het gaat om mensen met een chronische aandoening waardoor ze een verminderde arbeidsproductiviteit hebben. Zij maken hogere zorgkosten en ontvangen – gezien van uit de economische nuts-principes – meer dan zij terug kunnen geven. Maar wil dit ook zeggen dat zij minder waarde toevoegen aan de samenleving? Of dat de dynamiek tussen onevenredige mogelijkheden van mensen binnen een samenleving tot een onrechtvaardige verdeling van potentie leidt? Ā 

Ā 

We voelen hoop ik allemaal aan dat enkel uitgaan van economisch nut bij het bepalen van menselijke toegevoegde waarde en een rechtvaardige inrichting van de samenleving, een simplistisch uitgangspunt is. De waarde van mensen is niet plat te slaan in ā€˜geld’, omdat ā€˜geld’ nooit de menselijke waarde kan ā€˜vatten’ in de existentiĆ«le zin van het woord. Het platslaan van menselijke ā€˜waarde’ voor het inrichten van een samenleving waarin mensen rechtvaardig mee kunnen doen, is een te rationele benadering. Ze doet andere kenmerken van het menszijn te kort. Verbondenheid, liefde, nabijheid en samen zijn, zijn evenzo essentiĆ«le menselijke behoeften in relatie tot ons oer-verlangen naar verbondenheid en meedoen, als het leveren van een nuttige bijdrage – uitgedrukt in arbeidsproductiviteit.

Ā 

Meedoen als existentiƫle gewaarwording laat zien dat meedoen niet alleen gaat over een nuttige en efficiƫnte economische transacties die maakt dat we zelf makkelijker overleven. We willen niet alleen meedoen omdat we dan iets krijgen van een ander, maar ook omdat we hiermee bijdragen aan een groter geheel. We willen meedoen omdat het ons een gevoel van voldoening en zingeving geeft. We willen een bijdrage leveren aan de samenleving omdat we in de wisselwerking met anderen meerwaarde creƫren op het gebied van schoonheid waardoor een geluks-ervaring ontstaat.

Door onze uniekheid te gebruiken voor de gehele samenleving, ervaren we betekenis. We voelen ons verbonden en uniek tegelijkertijd (zie hierover ook het essay ā€˜Idealistische impact’) en dat geeft ons vreugde.

Ā 

Vanuit bovenstaande wordt duidelijk dat jouw toegevoegde waarde niet te objectiveren is – hoe handig het concept ā€˜geld’ ook is. De waarde van jouw bestaan kunnen we niet in cijfers vatten zonder essentiĆ«le emotionele en woordloze existentiĆ«le ervaringen in het contact te kort te doen. Je hebt waarde omdat je bestaat. Meedoen als existentiĆ«le ervaring is daarom onafhankelijk van hoeveel je kan geven of hoeveel je te ontvangen hebt. Het gaat om de beweging om bij te dragen en te verkrijgen, niet om de rekensom die hierachter zit.

Ā 

Wanneer is meedoen rechtvaardig?


Voor iedereen een plek, is beter voor iedereen

Met bovenstaande twee visies op meedoen wordt de vraag wat een rechtvaardige samenleving is en hoe we dit inrichten, nog complexer. Mensen zijn immers ook van waarde wanneer ze geen economisch-nuttige bijdrage leveren. De menselijke waardigheid staat los van de objectieve bijdrage die ze kunnen leveren aan het grotere geheel. Vanwege deze inherente en van bijdrage onafhankelijke menselijke waardigheid, hebben we een diepe verantwoordelijkheid voor elkaar. Het rechtvaardig omgaan met elkaar is niet iets wat je hoeft te verdienen bij anderen. We zijn het verplicht aan elkaar. Omdat we in ons menszijn allemaal gelijkwaardig zijn en omdat we allemaal fases in ons leven kennen waarin we in meer of mindere mate kunnen meedoen met of bijdrage aan de samenleving.

Ā 

De inhoud waarmee en de mate waarin mensen kunnen bijdragen aan de samenleving, beĆÆnvloedt daarnaast de mate van synergie van het geheel. Iedereen beĆÆnvloedt immers de dynamiek – ook wanneer je niet actief kan bijdragen. Wanneer we iemand met verminderde arbeidsbeschikbaarheid links laten liggen, worden we er allemaal minder van. Het helpt alle mensen in de samenleving wanneer we met elkaar zorgen voor een dynamiek met rechtvaardige tendensen voor het individu.

Ā 

Rechtvaardigheid als dialectiek

Hoe doen we dat dan, een samenleving inrichten met rechtvaardige tendensen voor het individu? En hoe weten we of we dit goed doen? De verschillende visies over hoe rechtvaardigheid eruit kan zien spreken elkaar toch tegen? Er trekt toch altijd iemand aan het kortste eind? Er zullen altijd mensen zijn die zich onrechtvaardig behandeld voelen? Moeten we dan stoppen met streven naar een rechtvaardige samenleving? Moeten we dan genoegen nemen met onrecht?

Ā 

Dat lijkt mij niet! Mijn overtuiging is dat er een pure vorm van rechtvaardigheid bestaat, maar dat we met onze subjectieve kijk op de werkelijkheid niet in staat zijn die puurheid te omvatten in ons eentje. We hebben elkaar nodig om meer te begrijpen van hoe een rechtvaardige samenleving eruit kan zien. Gezamenlijk moeten we blijven zoeken naar wat het betekent om op een rechtvaardige manier mee te doen – voor alle mensen die deel zijn van de samenleving.

Ā 

Dit is wat mij betreft geen uitzichtloze zin-verliezende manier van tijd verdrijven, maar juist een beweging vol van existentiĆ«le betekenis. In het samen zoeken naar hoe rechtvaardigheid eruit kan zien voor iedereen, worden we gedwongen open en ontvankelijk te zijn voor verschil. In zo’n samenleving doen we ons best elkaar te horen en te zien, waardoor er verbinding kan ontstaan ondanks onrecht. Het op dialectische wijze blijven zoeken naar een rechtvaardige inrichting van de samenleving waarin iedereen een plek heeft en mee kan doen, is belangrijker dan het vinden van een concreet antwoord.

Ā 

Met dit ā€˜samen zoeken’ wil ik niet zeggen dat je geen stelling over rechtvaardigheid in moet nemen – juist wel; vanwege het recht op rechtvaardigheid wat we onszelf gunnen en wat we hierin zelf nodig hebben, kunnen we elkaar beroepen op de plichten die we hebben richting de ander. Om die ander te kunnen blijven zien, moeten we vanuit de stelling die we innemen openblijven voor het gegeven dat die stelling subjectief is en dat we het perspectief van de ander nodig hebben om meer te begrijpen van wat rechtvaardig meedoen in zijn volheid kan betekenen.

Ā 

Laten we daarom blijven spreken over wat het betekent om mee te doen. Laten we ons eigen perspectief niet onder stoelen of banken steken. Laten we nieuwsgierig blijven naar elkaars verhalen en ervaringen. Laten we tegen de stroom inzwemmen wanneer we onrecht zien. Dan bewegen we dichter naar een samenleving waarin iedereen een plek heeft die recht doet aan de waardigheid van diens menselijke bestaan.



Meedoen

Is respect

Voor het recht

Op een plek

Ā 

Jouw plek

Andermans plek

Ieders plek

Ondanks verschil

Ā 

Meedoen

Is verzet

Tegen onrecht

Tegen gebrokenheid

Ā 

In mijzelf

In de wereld

In de ontmoeting

Ā 

Meedoen

Is samen zoeken

Naar wat het recht kan zijn

Ā 

Beroepend

Op verkregen

Verantwoordelijkheid

Opmerkingen


bottom of page