top of page

Zoekresultaten

Search this site

27 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Wat betekent meedoen?

    Kan iedereen meedoen in onze samenleving op een manier die bij hen past of verwachten we dat mensen meedoen op de manier zoals we dat bedacht hebben?   Via social media kom ik regelmatig berichten tegen die linken aan dit onderwerp. We willen een samenleving zijn waarin iedereen een plek heeft. Tegelijkertijd hebben we de samenleving op zo’n manier ingericht, dat het voor sommige mensen onhaalbaar is om mee te doen. We verwachten bijvoorbeeld dat mensen elke week dezelfde hoeveelheid energie hebben om te werken – dat hebben we immers zo in het contract afgesproken. We verwachten dat mensen in een reguliere woning wonen zelfs wanneer het voor iemands mentale gezondheid beter is om in een vakantiehuisje te wonen. We verwachten dat je een specifiek diploma hebt, terwijl je werkervaring laat zien dat je dit werk prima kan – want ja, anders is er geen bewijs voor je vaardigheden. We verwachten dat mensen die uit de hulpverlening komen actief integreren in de straat – terwijl dat niet hoeft wanneer je geen diagnose hebt.     Kortom, we verwachten dat je als burger minimaal aan een x aantal afspraken voldoet.  En als dat lukt, dan mag je meedoen. Is dat rechtvaardig?   Rechtvaardigheid biedt een samenleving een basis van orde – John Rawls Waarom willen we meedoen? Meedoen is een oer-verlangen Mensen hebben een oer-verlangen naar verbondenheid met anderen, erbij horen en meedoen.  We zijn immers afhankelijk van elkaar voor onze overleving. De groep biedt bescherming en zorgt voor synergie – hierdoor hoef je zelf niet alles te kunnen maar vul je elkaar aan. Daardoor heb je samen meer! Handig en gezellig. Buiten de groep vallen is daarom op celniveau een levensbedreigende ervaring. Het bedreigt ons bestaansrecht en gevoel van waardigheid, omdat we onze betekenis vinden in relatie tot anderen. Verachting en uitsluiting wordt daarom niet voor niks als mensonterend ervaren. Koste wat kost willen we dat voorkomen.   Van oer-behoefte naar samenleving Om onze overlevingskansen en ons levensgeluk te vergroten, leven mensen in groepen. Hoe groter de groep hoe meer synergie er in potentie kan ontstaan (ik focus mij in dit artikel op positieve synergie, niet op de decivaliserende potentie waar ook elke groep ontvankelijk voor is). Als vanzelf ontstonden er al vrij vroeg in de geschiedenis geciviliseerde samenlevingen op plekken waar veel mensen samenwoonden. Mensen zoeken elkaar op om het leven voor de groep als geheel leuker en gemakkelijker te maken.   Binnen het samen leven in een groep kom je onvermijdelijk elkaars verschillen tegen. Daarom kan een samenleving niet zonder duidelijke regels en afspraken over hoe we samen leven en de manier waarop je hieraan een bijdrage levert. Het verschil dwingt ons daarom tot een norm. Die norm gaat op een diep niveau over wat we moeten doen om erbij te horen. Het gaat over de concrete uitvoering van ons recht op een waardig bestaan in wisselwerking met dit recht van anderen.   In ons oer-verlangen naar samen leven en meedoen in een samenleving, komen we onvermijdelijk het spanningsveld tegen tussen of mensen zich moeten aanpassen aan de historisch gegroeide en overwogen norm gebaseerd op een vorm van rechtvaardigheid, of dat we de norm steeds opnieuw moeten aanpassen aan de mens die deel zijn van deze samenleving? Er bestaat hierin een spanningsveld in de wisselwerking tussen verleden en toekomst, het bekende en het onbekende, de mensen die al een plek hebben en de mensen die nog een plek kunnen krijgen en welke dynamiek hierin rechtvaardig en menswaardig is?   Dit brengt mij bij het feit dat de vraag wat een rechtvaardige en menswaardige samenleving is, inherent verbonden is aan de vraag wat het betekent om mee te doen in een samenleving. In dit essay geef ik een beschouwing van waaruit je naar deze vraag kan kijken. Ik sluit af met een dialectische (zie voor meer achtergrond over dialectiek het essay ‘ Armoedebeleid moet meetbaar én voelbaar zijn’ ) overweging over hoe we met dit vraagstuk om kunnen gaan.   Rechtvaardigheid en Meedoen De filosoof John Rawls stelt dat een rechtvaardige samenleving orde biedt aan een samenleving. Wanneer mensen niet weten welke rechten ze hebben, weten ze immers ook niet welke plichten ze hebben. Er bestaan dan geen regels en afspraken waardoor je elkaar nergens op kan beroepen. In feite kan iedereen dan doen waar die zelf zin in heeft – dat veroorzaakt wanorde of chaos. Die wanorde kan belemmerend werken in het participatieproces omdat er dan niks is wat ons bindt. Zonder een structuur is geen sprake van een samenleving. Het rechtvaardig inrichten van een samenleving met verschillende mensen, dwingt daarom tot een norm. Die norm helpt mensen vervolgens om te kunnen bepalen wat rechtvaardig is.   Echter, wanneer we uitzoomen zien we hier een spanningsveld. Want wat is een rechtvaardige samenleving eigenlijk? Er zijn verschillende visies over hoe je een rechtvaardige samenleving inricht. -              Moeten we ervoor zorgen dat verschillen tussen mensen worden opgeheven door iedereen een beetje water bij de wijn te laten doen, waardoor mensen gelijke kansen krijgen – of doen we dan geen recht meer aan het verschil? -              Moeten we ervoor zorgen dat mensen ondanks verschillen gelijke kansen hebben, door verschillende mensen verschillend te behandelen waardoor ze in potentie dezelfde doelen kunnen behalen (positieve discriminatie) – dan krijgen sommige mensen meer hulp dan anderen, is dat wel eerlijk en hoe bepaal je dat? -              Of is het juist rechtvaardig om niemand te helpen maar iedereen de vrijheid te geven om zijn eigen leven in te vullen – zijn mensen eigenlijk wel vrij om hun eigen keuzes te maken of worden mensen in deze situatie slachtoffer of multimiljonair vanwege de systemische invloeden waarin ze toevallig leven?   Deze verschillende visies op rechtvaardigheid spreken elkaar tegen in de concrete praktijk. Het inrichten van een samenleving die door iedereen als rechtvaardig wordt ervaren is daarom nog moeilijker dan het objectiveren van hoe een rechtvaardige samenleving eruit zou kunnen zien. Want wat voor de een rechtvaardig is, kan voor de ander onrechtvaardig uitpakken. Wat betekent meedoen vanuit dit gegeven?   Meedoen in een samenleving? Om mee te kunnen doen zij een aantal voorwaarden nodig 1) je moet zelf iets doen; 2) er moeten anderen zijn die iets doen, anders kan je niet spreken van meedoen en 3) er moet iets zijn waaraan je meedoet. Vanuit deze kijk op meedoen wil ik een aantal concrete visies geven op wat meedoen is.   Meedoen is geven en ontvangen als economische transactie Meedoen in de samenleving betekent dat je iets geeft en hier ook wat voor terugkrijgt. Je participeert in de wisselwerking met andere mensen waardoor je waarde toevoegt. Vanuit deze visie is een rechtvaardige samenleving gebaseerd op een gevoelsmatige gezonde balans in de wisselwerking tussen geven en ontvangen. De boer verbouwt groente zodat de smid kan eten. De smid smeedt hoefijzers zodat de boer een gezond paard heeft om zijn land mee te bewerken. We werken samen en wisselen elkaars talenten en mogelijkheden uit zodat er synergie ontstaat. Efficiënt, hoef je het niet alleen te doen.   De wisselwerking tussen de mensen in bovenstaand voorbeeld, gaat uit van een economische transactie. Hierin moet je ongeveer net zoveel geven als je ontvangt en verwacht je net zoveel te krijgen als dat je voor je gevoel gegeven hebt. Onbewust houden we constant een scorebordje bij. De ‘persoonlijke toegevoegde waarde’ van onszelf of anderen aan de rechtvaardige wisselwerking in de samenleving, bepalen we daarom op basis van deze economische nuts-principes. Om die waarde inzichtelijk te maken hebben we het concept ‘geld’ geïntroduceerd.   Meedoen is geven en ontvangen als existentiële gewaarwording Is de wisselwerking dan onrechtvaardig wanneer dat wat iemand kan geven niet te vergelijken is met dat wat iemand nodig heeft? Bijvoorbeeld als het gaat om mensen met een chronische aandoening waardoor ze een verminderde arbeidsproductiviteit hebben. Zij maken hogere zorgkosten en ontvangen – gezien van uit de economische nuts-principes – meer dan zij terug kunnen geven. Maar wil dit ook zeggen dat zij minder waarde toevoegen aan de samenleving? Of dat de dynamiek tussen onevenredige mogelijkheden van mensen binnen een samenleving tot een onrechtvaardige verdeling van potentie leidt?     We voelen hoop ik allemaal aan dat enkel uitgaan van economisch nut bij het bepalen van menselijke toegevoegde waarde en een rechtvaardige inrichting van de samenleving, een simplistisch uitgangspunt is. De waarde van mensen is niet plat te slaan in ‘geld’, omdat ‘geld’ nooit de menselijke waarde kan ‘vatten’ in de existentiële zin van het woord. Het platslaan van menselijke ‘waarde’ voor het inrichten van een samenleving waarin mensen rechtvaardig mee kunnen doen, is een te rationele benadering. Ze doet andere kenmerken van het menszijn te kort. Verbondenheid, liefde, nabijheid en samen zijn, zijn evenzo essentiële menselijke behoeften in relatie tot ons oer-verlangen naar verbondenheid en meedoen, als het leveren van een nuttige bijdrage – uitgedrukt in arbeidsproductiviteit.   Meedoen als existentiële gewaarwording laat zien dat meedoen niet alleen gaat over een nuttige en efficiënte economische transacties die maakt dat we zelf makkelijker overleven. We willen niet alleen meedoen omdat we dan iets krijgen van een ander, maar ook omdat we hiermee bijdragen aan een groter geheel. We willen meedoen omdat het ons een gevoel van voldoening en zingeving geeft. We willen een bijdrage leveren aan de samenleving omdat we in de wisselwerking met anderen meerwaarde creëren op het gebied van schoonheid waardoor een geluks-ervaring ontstaat. Door onze uniekheid te gebruiken voor de gehele samenleving, ervaren we betekenis. We voelen ons verbonden en uniek tegelijkertijd (zie hierover ook het essay ‘ Idealistische impact’ ) en dat geeft ons vreugde.   Vanuit bovenstaande wordt duidelijk dat jouw toegevoegde waarde niet te objectiveren is – hoe handig het concept ‘geld’ ook is. De waarde van jouw bestaan kunnen we niet in cijfers vatten zonder essentiële emotionele en woordloze existentiële ervaringen in het contact te kort te doen. Je hebt waarde omdat je bestaat. Meedoen als existentiële ervaring is daarom onafhankelijk van hoeveel je kan geven of hoeveel je te ontvangen hebt. Het gaat om de beweging om bij te dragen en te verkrijgen, niet om de rekensom die hierachter zit.   Wanneer is meedoen rechtvaardig? Voor iedereen een plek, is beter voor iedereen Met bovenstaande twee visies op meedoen wordt de vraag wat een rechtvaardige samenleving is en hoe we dit inrichten, nog complexer. Mensen zijn immers ook van waarde wanneer ze geen economisch-nuttige bijdrage leveren. De menselijke waardigheid staat los van de objectieve bijdrage die ze kunnen leveren aan het grotere geheel. Vanwege deze inherente en van bijdrage onafhankelijke menselijke waardigheid, hebben we een diepe verantwoordelijkheid voor elkaar. Het rechtvaardig omgaan met elkaar is niet iets wat je hoeft te verdienen bij anderen. We zijn het verplicht aan elkaar. Omdat we in ons menszijn allemaal gelijkwaardig zijn en omdat we allemaal fases in ons leven kennen waarin we in meer of mindere mate kunnen meedoen met of bijdrage aan de samenleving.   De inhoud waarmee en de mate waarin mensen kunnen bijdragen aan de samenleving, beïnvloedt daarnaast de mate van synergie van het geheel. Iedereen beïnvloedt immers de dynamiek – ook wanneer je niet actief kan bijdragen. Wanneer we iemand met verminderde arbeidsbeschikbaarheid links laten liggen, worden we er allemaal minder van. Het helpt alle mensen in de samenleving wanneer we met elkaar zorgen voor een dynamiek met rechtvaardige tendensen voor het individu.   Rechtvaardigheid als dialectiek Hoe doen we dat dan, een samenleving inrichten met rechtvaardige tendensen voor het individu? En hoe weten we of we dit goed doen? De verschillende visies over hoe rechtvaardigheid eruit kan zien spreken elkaar toch tegen? Er trekt toch altijd iemand aan het kortste eind? Er zullen altijd mensen zijn die zich onrechtvaardig behandeld voelen? Moeten we dan stoppen met streven naar een rechtvaardige samenleving? Moeten we dan genoegen nemen met onrecht?   Dat lijkt mij niet! Mijn overtuiging is dat er een pure vorm van rechtvaardigheid bestaat, maar dat we met onze subjectieve kijk op de werkelijkheid niet in staat zijn die puurheid te omvatten in ons eentje. We hebben elkaar nodig om meer te begrijpen van hoe een rechtvaardige samenleving eruit kan zien. Gezamenlijk moeten we blijven zoeken naar wat het betekent om op een rechtvaardige manier mee te doen – voor alle mensen die deel zijn van de samenleving.   Dit is wat mij betreft geen uitzichtloze zin-verliezende manier van tijd verdrijven, maar juist een beweging vol van existentiële betekenis. In het samen zoeken naar hoe rechtvaardigheid eruit kan zien voor iedereen, worden we gedwongen open en ontvankelijk te zijn voor verschil. In zo’n samenleving doen we ons best elkaar te horen en te zien, waardoor er verbinding kan ontstaan ondanks onrecht. Het op dialectische wijze blijven zoeken naar een rechtvaardige inrichting van de samenleving waarin iedereen een plek heeft en mee kan doen, is belangrijker dan het vinden van een concreet antwoord.   Met dit ‘samen zoeken’ wil ik niet zeggen dat je geen stelling over rechtvaardigheid in moet nemen – juist wel; vanwege het recht op rechtvaardigheid wat we onszelf gunnen en wat we hierin zelf nodig hebben, kunnen we elkaar beroepen op de plichten die we hebben richting de ander. Om die ander te kunnen blijven zien, moeten we vanuit de stelling die we innemen openblijven voor het gegeven dat die stelling subjectief is en dat we het perspectief van de ander nodig hebben om meer te begrijpen van wat rechtvaardig meedoen in zijn volheid kan betekenen.   Laten we daarom blijven spreken over wat het betekent om mee te doen. Laten we ons eigen perspectief niet onder stoelen of banken steken. Laten we nieuwsgierig blijven naar elkaars verhalen en ervaringen. Laten we tegen de stroom inzwemmen wanneer we onrecht zien. Dan bewegen we dichter naar een samenleving waarin iedereen een plek heeft die recht doet aan de waardigheid van diens menselijke bestaan. Meedoen Is respect Voor het recht Op een plek   Jouw plek Andermans plek Ieders plek Ondanks verschil   Meedoen Is verzet Tegen onrecht Tegen gebrokenheid   In mijzelf In de wereld In de ontmoeting   Meedoen Is samen zoeken Naar wat het recht kan zijn   Beroepend Op verkregen Verantwoordelijkheid

  • Wortelen op een plek die voedt

    Schone lucht Stille geluiden Zachte bewegingen Belevend stilstaan   Kninnekulle, Zweden Terug naar de natuur De afgelopen weken hebben als gezin in de Zweedse bossen doorgebracht. Het was een experiment. Hoe zouden we ons fysiek en mentaal voelen als we naar een natuurlijke plek verkassen, terwijl we verder alles van ons persoonlijke leven meenemen?   We namen ons werk mee, onze dochter, onze zorgen, onze overlevingsstrategieën, onze dromen, onze hoop en wanhoop, ons genieten, onze angsten, onze telefoon als connectie met de sociale en geopolitieke buitenwereld en al het andere waar het normale dagelijkse leven mee gevuld is. Kortom, we leefden ons normale leven, maar dan in een andere omgeving.   In de bossen kan je niet weglopen van jezelf. Je kan je niet onbewust laten verzuipen in stadse snelheid, voorbij jagende motoren, stinkende smok, de druk van de prestatie en de input van iedereen die iemand zijn wil. In plaats daarvan word je teruggeworpen op alles wat je bij jezelf tegenkomt.   Zo ervoer ik op een diepere laag wat een gezondere wisselwerking tussen mijzelf en de omgeving met een mens kan doen. Waar ik de mogelijkheden van mijn brein en de emotionele gewaarwordingen in mijn lichaam vaak mijlen ver bij elkaar verwijderd voel, vloeiden ze hier natuurlijk in elkaar over. Ik ervoer veel meer rust in mijn lijf, alleen omdat ik van omgeving was veranderd.   Als ik in de bossen naar buiten stap hoor ik niks anders dan natuurgeluiden. Het ruizen van de bomen, vogelgezang, de wind langs mijn oren. Ik ruik de dennenbomen en het opkomende groen. Ik zie vogels en zo veel insecten. Het bos krioelt van het leven. Van het een op het andere moment voel ik alle fysieke spanning die zich in mijn lijf heeft opbouwt, van mij afglijden. In de bossen kan ik haarfijn voelen welke stress ik oploop als reactie op gewaarwordingen en persoonlijke ervaringen en welke stress het gevolg is van een toxische omgeving. Hiermee bedoel ik een omgeving waar het menselijk lichaam helemaal niet voor gemaakt is: de herrie van voorbijschietend verkeer, stank van uitlaadgassen en vele technische bewegingen die ik tegenkom wanneer ik ons huis uitstap. De emotionele en cognitieve veelheid die ik gewend ben te doorleven, wordt in de bossen dragelijk en reguleerbaar, omdat ik me niet meer ten onder voel gaan aan sensorische overweldiging. Mijn lichaam hoeft niet chronisch in de overlevingsstand te verkeren om mezelf staande te houden. Hier ben ik deel van de natuur en dat is helend.   Deel van de natuur Om te kunnen (over)leven moet er sprake zijn van een gezonde wisselwerking tussen de mens en de omgeving. Dit mes snijdt aan twee kanten. Enerzijds past de natuur zich aan aan de (veranderende) omgeving, aan de andere kant zoeken we naar omgevingen die passen bij de mogelijkheden die we hebben of die ons gevoel van veiligheid bevestigen. Wanneer die plek ons veiligheid biedt kunnen we genieten van de schoonheid van de omgeving. De veiligheid van een passende en voedende bodem is een bron voor schoonheid en contactverwondering. Net als de dieren en het groen, zoekt daarom ook de mens naar een plek die voedt en waar ze voor zo lang als het nodig was kan wortelen. Daarom gaan we op ontdekkingsreis wanneer we ons veilig voelen en vluchten we wanneer er onveiligheid is. We zoeken een baan waar we onze passie in kwijt kunnen en trekken ons terug om bij te komen na een dag werken. Lukt het niet om hierin balans te vinden, dan zorgt dat voor chronische stress.   De mens is gemaakt als deel van de natuur. Ik denk zeker dat we een andere positie in de natuur hebben dan al het andere leven – namelijk die van een zorgvuldige beheerder. Juist daarom denk ik niet dat we ervoor gemaakt zijn om zo te vervreemden van de natuur als we in Nederland zijn. Vervreemd van de natuur Ik vraag me ernstig af of we wel voldoende aandacht voor hebben voor de impact van onze directe leefomgeving op onze gezondheid. Aan de ene kant gaat er veel aandacht naar de impact van de omgeving, bijvoorbeeld als het gaat om het verveiligen van de omgeving en het uitsluiten van risico’s, zodat we onbezorgd kunnen genieten. Dit heeft ons veel gebracht, zoals betere hygiëne, veiliger verkeersomstandigheden en de mogelijkheid tot contact met anderen wanneer je er alleen op uit gaat. Aan de andere kant slaat dit zo ver door dat we niet meer bewust bezig zijn met de vraag of de omgeving die we hebben gecreëerd niet net zo schadelijk is voor onze gezondheid als gebrek aan hygiëne.   Door onze westerse leefstijl vol snelheid, prestatie, bewerkt voedsel, technologische ontwikkeling, sociale media en onbeperkt en onbegrensd contact met de hele wereld, lopen er in verhouding meer mensen dan ooit rond met chronische zieken, mentale problemen, stress en burn-out. Ja het klopt dat we ouder worden dan ooit, maar we worden vaak niet gezond oud. Sterker nog, we zijn zo vervreemd van de natuur en haar sensorische prikkels, dat we vrijwillig in een slaapkamer liggen waar bijvoorbeeld laagfrequent geluid van technische apparaten of installaties in de omgeving, je lichaam in een chronische staat van stress houdt. Op de lange termijn heeft ook dit psychische en fysieke klachten tot gevolg.   Begrijp me goed, ik ben niet tegen technologische ontwikkelingen – alhoewel de morele discussie van de menselijke vooruitgang voor een ander moment en een andere plek is. Dat neemt niet weg dat de consequenties van de technocratie waarin we leven enorm slecht voor onze fysieke en psychische gezondheid pijnlijk kunnen zijn. Het vraagt geen enorme denkstappen om te zien dat de leefomgeving die we hebben gecreëerd toxisch is. Ze maakt ons ziek, ze maakt onze relaties ziek, ze maakt de wereld ziek. Waarom hebben we er vrede mee dat we dit onszelf en de wereld om ons heen aandoen? Is de vervreemding van de natuur en de gehaastheid waarmee ons zenuwstelsel overspoeld wordt dan zo verslavend dan we er niet meer aan kunnen ontkomen? Hopeloze natuur Deze vraag – die teruggaan naar de aard van de mens – stel ik niet om er antwoord op te geven. Ik stel hem om mezelf alert te maken op wat we met de wereld doen. Want naast de klimaatcrisis die op ons afkomt – het ultieme voorbeeld van vervreemding van de natuur en gebrek aan zorgvuldig beheer van de schepping – helpen we onszelf ook om zeep. Het gaat daarbij niet alleen om onze eigen gezondheid, maar ook om die van onze kinderen en kleinkinderen. Willen we hier iets aan doen, dan moeten we terug naar onze natuurlijke wortels. Wortelen in de natuur De vervreemding van de natuur die ik beschrijf, is niet iets wat iedereen zo diep herkent. Er zijn genoeg mensen die zich juist op voelen bloeien in de drukte van de stad. Dat neemt niet weg dat we deel blijven van de natuur en dat wortelen in de natuur goed is voor ieders fysieke en mentale gezondheid. Het werkt bijvoorbeeld zo dat patiënten die uitkijken op een boom sneller herstellen van een operatie dan mensen die uitkijken op een muur. Daarnaast is wandelen in de natuur niet voor niks een basisrecept bij mentale klachten. De natuur doet ons bewust of onbewust beseffen dat we deel zijn van een groter geheel en dat geeft een gevoel van zingeving en voldoening. De natuur ís gewoon, dus wij mogen daar ook gewoon in zijn – zonder iets te hoeven worden of ergens aan te hoeven voldoen. De natuur vormt het contrast met de meritocratische en dat contrast hebben we nodig om staande te blijven in de heersende cultuur en deze cultuur te verzachten.   Wortelen in de natuur betekent zoeken naar een manier waarop je lichaam en geest zich optimaal kunnen aanpassen aan de omgeving die bij je past. Hoe dit eruit ziet verschilt per persoon – als mens verschillen we immers in onze overeenkomsten. Ik schrijf dit artikel om je nieuwsgierigheid aan te wakkeren over hoe de natuur dichter bij jouw leefomgeving kan komen en wat het je kan brengen. Hoe heerlijk zou het zijn als je zenuwstelsel tot diepere rust komt vanwege contact met de natuur. Het gevolg van die rust is dat je gemakkelijker levend in plaats van overlevend in contact kan treden met anderen. Dit maakt je relaties hechter, dieper en steviger. De natuur is van nature een verbinder, omdat ze doet beseffen dat alles in verbinding staat met elkaar. De ander is dan de potentie voor ontmoeting en verbinding, in plaats van een bron voor verschilangst.   Wanneer jij - vanuit welke rol of positie dan ook - de natuur dichter bij huis brengt, deel je de positieve effecten hiervan automatisch met anderen. De natuur doet immers niet aan kavelgrenzen. Bomen stoppen niet met zuurstof verspreiden wanneer ze het tuinhek bereiken, insecten kruipen onder stenen door en de geur van bloemen zweeft over muren heen. Door zelf te genieten van de rust van de natuur, deel je het met anderen.   De natuur biedt ons de mogelijkheid om te wortelen in iets hogers, groters beters dan onszelf. Hoe mooi zou het zijn wanneer we elkaar hier weer in vinden.

  • Armoedebeleid moet meetbaar én voelbaar zijn

    Beleidsdialectie rondom bestaanszekerheid Voor beleidsmakers Durf jij de impact te maken die je hebt in het moment, zodat je samen kunt werken aan de toekomst? Introductie Binnen het sociaal domein waarin ik werkzaam ben, kom ik veel maatschappelijke vraagstukken tegen waarin het ‘verdelen van schaarste’ centraal staat. Talloze mensen en partijen zijn betrokken bij het eerlijk verdelen van iets waar een tekort aan is. Het gaat bijvoorbeeld over het verdelen van woningen, tijd en aandacht, zorg en hulpverlening, geld tussen en over domeinen heen. Het is een businessmodel op zich. Betrokkenen maken zich druk. ‘We voelen de urgentie’, ‘we moeten echt iets doen’. Als associatie consultant bij SenseGuide duik ik in persoonlijke verhalen via narratief onderzoek . Zo ook bij een onderzoek over bestaanszekerheid voor een gemeente in Noord-Holland. Op deze manier doen we recht aan de geleefde ervaring van betrokken rondom dit schaarste vraagstuk. We koppelen narratieve (kwalitatieve) informatie aan kwantitatieve data door middel van duidingsvragen. Zo kan de respondent zelf betekenis geven aan diens verhaal, wat bijzonder veel betrouwbare en valide data oplevert. Hieruit hebben we een bewust beeld van de onderliggende systemische structuren gekregen die op dit moment spelen rondom bestaanszekerheid. Vanuit daar kan de gemeente bij de praktijk passende stappen voor de toekomst formuleren. Door te reflecteren op deze verhalen ontdekte ik dat beleid een aanpak kent die uitgaat van tegenstellingen. Ik heb het hier niet zozeer over de inhoud van het beleid, als wel over de manier waarop het wordt uitgevoerd en de principes en informatie waarop het beleid is gebaseerd. Dit heeft tot gevolg dat beleid eenzijdig inspeelt op de schaarste vraagstukken rondom bestaanszekerheid, waardoor het onvoldoende recht doet aan de complexiteit van het maatschappelijke probleem. Ik pleit daarom voor een dialectische beleidsaanpak. In dit artikel leg ik uit wat ik bedoel met een dialectische beleidsaanpak door het te betrekken op het complexe maatschappelijke schaarste vraagstuk van bestaanszekerheid. Het doel is om een gesprek op gang te brengen over hoe er op een dialectische manier naar beleid gekeken kan worden in de praktijk. Dialectiek Dialectiek betekend dat er dialoog gevoerd wordt tussen tegenstellingen of kanten van een dualiteit (Bouwkamp & Bouwkamp, 2010; Keij, 2021). Wanneer één kant uitgesloten wordt of wanneer we enkel op extremen reageren, ontstaat er strijd. Hier komt een gevoel van onbegrip uit voort en dit werkt polarisatie (in de breedste zin van het woord) in de hand (Bouwkamp & Bouwkamp, 2010; Steijn, 2020). Onderling wantrouwen (van overheid naar burger en van burger naar overheid bijvoorbeeld) is dan een gemakkelijk gevolg. Via dialectiek wordt er gezocht naar het integreren van tegenstellingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zodat er geen strijd maar synergie ontstaat (Keij, 2021). Dit wil zeggen dat niet het verschil tussen de tegenstellingen maar de potentie in de wisselwerking benadrukt wordt. De kwaliteiten van beide kanten kunnen elkaar aanvullen waardoor de som der delen meer wordt. Vanwege het onderling aanvullen worden de valkuilen van beide kanten minder of zelfs opgeheven – meestal is de kwaliteit van de ene namelijk de valkuil van de andere kant. Denk bijvoorbeeld aan de dualiteit ‘licht’ en ‘donker’. Wanneer we alleen aandacht zouden hebben voor het ‘licht’, konden we het niet meer zien. We begrijpen pas wat ‘licht’ is, wanneer we ook het ‘donker’ kennen. Door beide kanten van de dualiteit op te merken en bewust aandacht aan te geven, doen we beide kanten van de werkelijkheid recht. Hierdoor wordt de potentie van beide kanten zichtbaar. Dat je misschien een hekel hebt aan het donker of dat je in het licht moeilijker kan slapen wordt minder belangrijk omdat de schoonheid en positieve wisselwerking tussen beide kanten doorleeft is. Dat geeft rust, je hoeft dan immers nergens tegen te vechten. Gebrek aan een dialectische beleidsaanpak rondom bestaanszekerheid Wanneer ik een dialectische manier van kijken toepas op de manier waarop beleid wordt uitgevoerd en de principes en informatie waarop het beleid is gebaseerd, dan valt op dat er vaak aandacht is voor één kant van de dualiteit. Hierdoor raakt ons wereldbeeld beperkt en ontstaat er gemakkelijk een onbewust conflict met de andere kant van de dualiteit. Dit kost veel onnodige energie. Wanneer er één kant wordt uitgesloten, zal de andere kant zich vanzelf openbaren – tegenstellingen zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Die openbaring is dan echter niet dialectisch. Bij beleid rondom bestaanszekerheid uit zich dit op verschillende manieren: 1 . Idealistische- of ad hoc oplossingen Wanneer er problemen ontstaan bij het verdelen van schaarste, trappen we vaak in één van de volgende valkuilen. Of we focussen ons op grootse idealistische toekomstplannen, of we reageren ad hoc en reactief. We proberen grip te krijgen op het probleem door hard te werken naar een idealistische ‘stip op de horizon’ of het lukt ons alleen om ons te focussen op de korte termijn met beleid wat geen langdurige impact heeft. Er is geen sprake van dialectiek tussen beide kanten, alleen van een tegenstelling. Als het gaat om beleid rondom bestaanszekerheid, dan wordt er vaak gefocust op de korte termijn. We willen ‘nu iets doen’ aan het probleem wat het probleem zichtbaar verminderd. Bijvoorbeeld door het verstrekken van een energietoeslag, wat tijdelijk de stijgende kosten drukt. De kant ‘korte termijn’ van de dualiteit ‘korte termijn en lange termijn’ krijg te veel aandacht, waardoor er op de lange termijn niks verandert aan de mate van bestaanszekerheid. Het geeft wel een goed gevoel dat we ‘nu’ iets hebben gedaan. 2. Gecompliceerde metingen, samenwerkingsverbanden en antwoorden Omdat we schaarste zo eerlijk mogelijk willen verdelen en willen voorkomen dat iemand deze eerlijkheid schaadt, hebben we strakke regels, kader en afspraken gemaakt. Vaak zijn hier verschillende partijen bij betrokken, zoals gemeenten, hulporganisaties en woningbouwcorporaties. We hebben hiervoor allerlei structuren opgetuigd. Het doel is om samen tot oplossingen te komen – het liefst onderbouwd met gemonitorde data over ‘hoe we ervoor staan’. Via samenwerkingsverbanden en cijfermatige data proberen we het probleem overzichtelijk te maken, waardoor we een gevoel van verbinding en grip hebben. Dit helpt en maakt ons tegelijkertijd afhankelijk – als iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. Naast dat deze bureaucratie onbedoeld wantrouwen veroorzaakt naar iedereen die gebruik maakt van het sociale vangnet, duurt het lang voordat we echt in beweging komen. Soms gebeurt het niet of niet structureel, waardoor waardevolle energie weglekt en we blijven doen wat we deden. De kant ‘controle’ van de dualiteit ‘controle en loslaten’ krijgt zoveel aandacht, dat we onszelf klemzetten. 3. We gaan uit van een ‘concreet’ probleem Wat ik regelmatig tegenkom is dat beleid rondom bestaanszekerheid uitgaat van het idee dat problemen ‘voorspelbaar’, ‘overzichtelijk’ en ‘concreet’ zijn. Er is één probleem (bijvoorbeeld schulden) en daar hoort een duidelijke oplossing bij. Wanneer je te maken hebt met problemen die zijn ontstaan door een samenloop van omstandigheden en factoren die vanuit het managementoogpunt in verschillende domeinen thuisoren, moet je bij meerdere instanties aankloppen en steeds je verhaal opnieuw vertellen. Deze instanties communiceren over het algemeen niet of in ieder geval niet effectief met elkaar. Mensen met meerdere of complexere problemen vallen hierdoor tussen wal en schip. De uitersten passen niet binnen het wereldbeeld van waaruit het beleid is opgesteld. De ‘concrete’ oplossingen zijn niet toereikend voor deze doelgroep. Strakke regels, kaders en afspraken die bedoeld zijn om niemand uit te sluiten, zorgen er op deze manier voor dat de mensen die de hulp het hards nodig hebben, niet krijgen wat ze nodig hebben. Ze zijn niet ‘gemiddeld’ genoeg. De kant ‘concreet’ van de dualiteit ‘concreet en complex’ voert de boventoon binnen beleid. Nog los van het feit dat hierdoor mensen met complexere problemen niet of onvoldoende geholpen worden, worden mensen met het enkel ‘concretiseren’ van de problematiek gereduceerd tot hun probleem en de oplossing die hierbij hoort. 4. Bij het verdelen van schaarste vergeten we gemakkelijk de mens Bovengenoemde dualiteiten maken het daarnaast gemakkelijk om de mens achter het vraagstuk uit het oog te verliezen. De mensen die het betreft zijn in de regel bijvoorbeeld geen onderdeel van de samenwerkingsverbanden tussen partijen die ofwel de idealistische ‘stip op de horizon’ formuleren of ad hoc beleid introduceren. Zij moeten het doen met het resultaat. Daarnaast wordt bestaanszekerheid als synoniem gezien voor armoede, waar een objectieve definitie aan is gekoppeld. Hoewel het aantal mensen wat onder de armoedegrens leeft al jaren afneemt, neemt de groep mensen die hier net boven leeft juist toe (CBS, 2024). Wil dit zeggen dat problemen rondom bestaanszekerheid minder zijn geworden of dat ze zijn veranderd? Het uitdrukken van het huidige armoedebeleid in feitelijke definities of cijfermatige data geeft ons een gevoel van grip. We evalueren op basis van gemiddelden, waardoor we snel het gevoel hebben dat we ‘goed zitten’ met ons beleid. Het maakt de wereld overzichtelijk, het probleem tastbaar en het geeft ons het gevoel dat we ‘gemakkelijk’ iets kunnen doen. De paradox zit hem in het feit dat mensen in het nu tussen wal en schip blijven vallen, waardoor er in het nu crisissen blijven ontstaan die ad hoc opgelost moeten worden. Door het probleem te objectiveren vraag ik mij af of we nog echt nog in contact staan met de mensen wiens bestaanszekerheid op de tocht staat? De mensen die eenzaam en in de kou moeten rondkomen van niks; de mensen die vanwege chronische ziekte niet meer kunnen deelnemen aan de samenleving en hun netwerk zijn kwijtgeraakt; de mensen die hun kinderen achter de tv grootbrengen omdat ze niemand hebben om op terug te vallen en doodmoe zijn omdat ze de eindjes aan elkaar moeten knopen; en zo kan ik nog even doorgaan. Of hebben we hen onbewust gereduceerd tot het vraagstuk zelf? De kant ‘objectiviteit van de dualiteit ‘objectief en subjectief voert de boventoon binnen beleid, waardoor het lastiger is om te begrijpen wat problemen rondom bestaanszekerheid voor mensen persoonlijk betekend. Beleidsdialectiek in de praktijk Het in praktijk brengen van beleidsdialectiek bij complexe maatschappelijke vraagstukken, vraagt daarom om een een probe-sense-respond aanpak (Snowden, 2025). Op deze manier wordt de context waarin het complexe maatschappelijke schaarste vraagstuk is ontstaan, haarfijn in kaart gebracht. Met doorvragen (probe) en het investeren van bewuste, aandacht, tijd, energie en focus, kunnen we de onderliggende structuur van het complexe probleem in kaart te brengen. Hierdoor worden beide kanten van de dualiteit en alles wat daar tussenin zit zichtbaar. De situatie kan dan gericht betekenis (sense) krijgen waardoor er inzicht ontstaat verschillende kanten van de werkelijkheid en waarin de vele factoren die bijdragen aan het probleem helder worden. Door deze ‘gegeven werkelijkheid’ te accepteren, krijgen we de mogelijkheid om alle kanten creatief met elkaar te integreren. Vanuit bewustzijn en acceptatie hebben we de mogelijkheid om de omgangspatronen te veranderen (respond), met oog voor de toekomst vanuit het nu. Op deze manier kunnen we recht doen aan de complexiteit van deze complexe maatschappelijke schaarste vraagstukken en laten we ons niet verleiden te zoeken naar causale oplossingen Dit heeft als voordeel dat we onze energie niet verdoen aan een negatieve onbewuste strijd met dat wat we ‘ontkennen’. Heel praktisch is hiervoor dialectiek nodig binnen in ieder geval de volgende dualiteiten: 1. Dialectiek tussen samenwerken en persoonlijke impact maken Vanuit de focus op samenwerking met allerlei partijen, kunnen beleidsmakers maar zo vergeten dat ze ook persoonlijke impact kunnen maken. Hiervoor mag je verantwoordelijkheid nemen die niet te veel (te overweldigend) en niet te weinig (onverschillig) is. Dit begint bij het terugdringen van het complexe vraagstuk naar jouw rol en naar het moment. Zo kan je persoonlijke impact maken. Waar sta jij voor? Waar word je warm van en hoe wil jij je hiervoor inzetten? Op welke plek sta jij in de samenleving? Welke functie of rol heb je? Welke invloed zou je kunnen uitoefenen die je nu (om allerlei goede redenen) niet gebruikt? Wat zou je vandaag nog kunnen doen om in ieder geval in beweging te komen? En (een zeer belangrijke stap) hoe doe je dat in samenwerking met anderen? Door bij jezelf te beginnen houd je het overzichtelijk en concreet. Hierdoor is het ook duidelijk voor anderen waar je (voor) staat. Zo weet je in de samenwerking beter wat je aan elkaar hebt en ontstaat er minder strijd over ‘wie, waarvoor verantwoordelijk is’. 2. Dialectiek tussen nu en straks Het nu en het straks kunnen elkaar meer aanvullen. Dit kan door je te beseffen dat alleen in het nu impact gemaakt kan worden. Alleen nu heb je invloed – niet gisteren, morgen of over vijf jaar. Door het nu bewuster te gebruiken, kan je meer impact maken voor de toekomst. Dat vraagt om stilstaan, bezinnen en reflecteren: ‘waar zijn we mee bezig? Is dit wat echt nodig is, of is onze blik vertroebeld geraakt?’ Veel mensen vinden het spannend om bewust in het moment aanwezig te zijn. Weg bewegen bij het nu voelt ‘veiliger’. Dit is begrijpelijk, want op die manier hoeven we ons eigen ongemak niet te voelen. In het moment praten we daarom gemakkelijker met elkaar over bestaande ideeën, terwijl we achteraf misschien denken ‘he, had ik dit of dat maar gedeeld’. Hierdoor laten we kansen liggen en weten we niet altijd of dat wat we nu doen ook aansluit bij wat er nu nodig is. Samengroeien en verder komen kan alleen in het nu. Het helpt daarom om samen in gesprek te gaan over wat we nu opmerken of denken, ook wanneer dit een beetje ongemakkelijk voelt. Verschillende mensen hebben namelijk verschillende creatieve ideeën, die prachtig bij kunnen dragen aan een oplossing. Om allerlei redenen noemen we die ideeën vaak niet. Bijvoorbeeld vanwege de onbewuste angst om af te wijken, om (n)iemand te zijn of om de plank mis te slaan. Het jammere hiervan is dat we hierdoor ongewild blijven doen wat we deden. Hoe mooi zou het zijn om meer aanwezige potentie aan te boren in het moment? 3. Dialectiek tussen het meetbare en het voelbare Een wisselwerking met potentie tussen alle genoemde dualiteiten, vindt haar oorsprong in het gesprek. Door het horen van andermans verhaal, diens perspectief op de wereld en iemands persoonlijke ervaringen, wordt je wereldbeeld verbreedt. In deze nieuwe inzichten liggen nieuwe kansen. Om te kunnen begrijpen wat iets (cijfermatig) betekent en om inzicht te krijgen in wat er nodig is en wat jij vanuit jouw positie kan doen, moet je erover praten. En dan bedoel ik niet alleen in gesprek gaan met mensen in je eigen bubbel. Stap uit je comfort-zone en spreek met de mensen die het vraagstuk betreft. Dit klinkt super logisch, maar we doen het veel te weinig. Aannames vertroebelen een open houding en verhinderen dat we een simpele vraag als ‘hoe is dat eigenlijk voor je?’ stellen. We denken vaak dat we al wel weten hoe het zit: ‘ik heb er een artikel over gelezen’. Juist daarom ligt hier de sleutel. Wanneer je een positie bekleed waarin je aan de knoppen van een complex maatschappelijk schaarste vraagstuk kan draaien – moet je in gesprek aangaan met mensen die het vraagstuk diep treft. Wanneer je luistert naar de verhalen van mensen in uitzonderlijke situaties, krijgt je inzicht in waar het schaarste beleid schuurt. Hiervoor moeten we verder kijken dan de feitelijke definitie van armoede. Doen we dit niet, dan lopen we het risico dat mensen die leven met weinig bestaanszekerheid niet alleen de financiële vrijheid wordt ontnomen, maar ook hun vrijheid om zelf te bepalen wat ‘nodig’ is en ‘wat-niet’. Hun zelfbeschikkingsrecht en autonomie komt op de tocht te staan, waardoor ze niet volwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving. Dat wil zeggen – niet volwaardig kunnen delen met anderen waar ze goed in zijn en wat van toegevoegd waarde is. Dat zou een gemiste kans zijn! Durf je impact te maken die je hebt in het moment door een echt gesprek aan te gaan? Zodat je samen verder kan werken aan de toekomst? Bibliografie Bouwkamp, R., & Bouwkamp, S. (2010). Handboek psychosociale hulpverlening. Utrecht: De tijdstroom uitgeverij. CBS, N. S. (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. Kennisbijeenkomst, 4 november 2024. De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. CBS, NIBUD, Sociaal en Cultureel Planbureau. Keij, J. (2021). Tijd als kwetsbaarheid in de filosofie van Levinas. In J. Keij. Amsterdam: Boom uitgevers. Snowden, D. (2025). The cynefin Framework. Opgehaald van thecynefin.co : https://thecynefin.co/about-us/about-cynefin-framework/?srsltid=AfmBOoqcBa1nJ6DfB2lm6cqSMjuR49GU6OLt4SIYlvnfNCkVyZCb8s2a Steijn, E. v. (2020). De fontein Maak wijze keuzes. Utrecht: Uitgeverij Het Noorderlicht.

bottom of page